Wat heb jij nodig om je gezin te kunnen ‘dragen’?

Als je het hebt over opvoeding, dan heb je het over ouders en kinderen. Terecht staan we in deze week van de opvoeding stil bij allerlei aspecten rondom opvoeding. In mijn praktijk heb deze week ook weer diverse ouderparen gesproken en één aspect in die gesprekken was draagkracht. Dat betreft dan de vraag aan ouders: Heb je genoeg kracht om het aan te kunnen in je gezin? En wat speelt daarin mee? Ik ga er in therapie altijd vanuit dat om in een gezin positieve verandering te brengen er genoeg draagkracht moet zijn bij de ouders om hierin te kunnen investeren. De ouders ‘dragen’ namelijk het gezin, zij zijn verantwoordelijk voor het zorgen voor hun kinderen, in allerlei behoeften. En de realiteit is dat je als ouders soms het gevoel kan hebben dat je faalt en tekortschiet, of je machteloos voelt. Gelukkig hoeft het niet perfect, maar mag je ‘goed genoeg’ ouder zijn. Hieronder geef ik je vanuit mijn (praktijk-)ervaring een aantal tips, om je gezin te kunnen dragen.

Let op je eigen draagkracht

Wat ik in mijn praktijk tegenkom zijn ouders die overbelast zijn. Ze hebben psychische of lichamelijke klachten, of ze hebben moeite met ouder zijn vanuit hun jeugd. Of bepaalde karaktertrekken, die het lastig maken, zoals perfectionisme. Het kan ook zijn dat er zoveel stress is, om welke reden dan ook, dat je niet goed in je vel zit. De gevolgen van deze overbelasting zijn bijvoorbeeld vol zitten in je hoofd, snel geïrriteerd zijn, vermoeidheid, chaotisch zijn, of je depressief voelen. Het kan ook zijn dat je heel gevoelig bent voor alles wat er om je heen gebeurt, en overprikkeld raakt.

Dat heeft zijn weerslag hoe je reageert op de kinderen en hoe de sfeer is in huis. Ik herken dat ook bij mezelf, dat ik soms kortaf kan reageren, terwijl in feite mijn kinderen daar niets aan kunnen doen. En ja, daar kun je je behoorlijk schuldig over voelen. Of het idee bij hebben: eigenlijk wil ik het niet zo. Mijn inzet in gesprekken met ouders is dat ik uitga van jouw eigen verantwoordelijkheid om met je eigen ‘belasting’ om te gaan. Een ander voelt het niet van jou en kan er daarom ook niet op reageren op een manier die bij jou past. (Natuurlijk ben je wel als partners belangrijk voor elkaar, zie hieronder.)

Wat heb je nodig? Je moet van jezelf ervaren, hoe het zit met wat er op je bordje ligt (de draaglast) en het gevoel dat je het aankan (de draagkracht). Daar heb je een balans in nodig. Ik probeer het altijd praktisch te maken: vergelijk het met een verkeerslicht. Als het op groen staat, gaat het goed en ben je in balans. Als het op oranje staat, dan moet je iets doen om de balans te herstellen. Dus, probeer momenten te ontspannen: ga lekker sporten of wandelen in de natuur, neem tijd om te knuffelen met je kids en voor te lezen. Houd contact met vrienden, lees een goed boek.  Als het op rood staat, moet je dringend je leven herschikken waar mogelijk. Dan gaat het om praten over waar het misgaat, wat je kunt veranderen daarin, met daarbij de moed om te veranderen. Daarbij helpt bijvoorbeeld therapie, dat ervaren mijn cliënten.

Werk samen in je relatie

Heel belangrijk is steun van je partner. Als je het samen draagt, voelt het minder zwaar. Mis je die steun, dan kun je het op eigen kracht een tijdje volhouden. Maar is de rek eruit, dan dreigt instortingsgevaar. Van jezelf en van je relatie, met nare gevolgen voor je gezin. Hoe kun je hierin samenwerken? Elke relatie is uniek, dus je zult samen moeten praten over hoe jouw draagkracht en draaglast ervaart en wat je nodig hebt van de ander. Het kan zo zijn dat de ander niet kan bieden wat je nodig hebt (zie volgende punt).

Toch is het wel belangrijk dat het kunnen praten al veel opluchting en steun geeft. Om niet teveel op te stapelen kun je dat het beste elke dag doen. Het meedenken over oplossingen, zonder het op te lossen zelf, kan al heel bevredigend zijn, evenals het gewoon luisteren naar elkaar en er voor elkaar zijn. Rustig tijd samen doorbrengen helpt ook, om vertrouwen te hebben in elkaar. Voel je veel onrust, dan is het heerlijk om bij elkaar tot rust te komen in een stevige omhelzing. Waar de stress toeneemt, gaan zulke kleine ‘hulpmiddeltjes’ al snel naar de achtergrond, is mijn ervaring. En je snapt dat de lijn naar beneden gaat. Dus, onthoud: je kunt er wat aan doen.

Tegelijkertijd besef ik ook, hoedraagkracht groot de belasting is, als je er als ouder alleen voor staat. Dan heb je geen schouder, en geen mogelijkheid om samen beslissingen te nemen. Ook die ouders zie ik in mijn praktijk. Het is belangrijk om begrip te krijgen dat je zwaar is in je eentje. En je hebt tegelijkertijd nog veel meer je familie, vrienden en anderen nodig.

Vraag steun vanuit je omgeving

Soms zijn de dingen in je relatie en gezin te groot, om zelf en samen te kunnen dragen. Maar niet voor niets ben je in een familie groot geworden. En niet voor niets heb je buren, of vrienden, of een gemeenschap waar je hoort. Het is iets wat we met elkaar een beetje verloren zijn. We leven in ons gezin als op een eilandje. En je zult bewust moeten bouwen aan een ‘netwerk om je heen’. Zo hebben wij als gezin veel contacten met een aantal andere gezinnen in de buurt waar we wonen. Dat heeft een praktische insteek, want de kinderen spelen met elkaar, en we hebben mogelijkheden voor oppas dichtbij. Maar het geeft ook een vertrouwde onder-ons-verbinding. We praten over de kinderen, opvoeding, onze dingetjes. Dit is waar het over gaat, dat je hoe dan ook mensen hebt wie je kunt terugvallen.

Daarom, bedenk bij  jezelf, wie een beetje aansluit bij jullie gezin. Misschien kunnen je ouders als opa en oma wat ondersteunen in het gezin. Wellicht heb je vrienden, met wie je samen kunt optrekken. Gewoon door onderling elkaar te helpen. Of over lastige opvoedingssituaties te praten. Of heb je fijne buren, waarmee je kunt uitwisselen. Je hoeft het niet alleen te doen, je hoeft niet alles zelf te bieden. Als je dat kan ‘toelaten’, kun je meer ontspannen.

Werk samen in je gezin

Het appel van een jong gezin op je draagkracht is heel groot. Je kinderen vragen veel zorg en zijn afhankelijk van jou als ouder. Dan kun je niet zoveel verwachten dat ze meewerken. Het belangrijkste is in deze fase dat je genoeg rust hebt, om tijd met elkaar door te brengen en een ontspannen sfeer in huis te hebben. Dat zal extra inzet vragen en ook extra steun vanuit je omgeving (zie hierboven). Maar als je kinderen groter worden, kunnen ze ook taakjes op zich nemen. Ze hoeven niet jouw verantwoordelijkheid over te nemen, maar ze mogen wel helpen. Kijk daarin wat ze aankunnen, je kunt ze soms ook overvragen. Het belangrijkste is dat je het kunt vragen aan je kind. Met pubers zul je nog meer moeten afstemmen, over wat zij zelf doen en bijdragen. De kern is daarin telkens weer: houd het gesprek met je kind, blijf leunen op je eigen hoofdverantwoordelijkheid, luister en stem af.

Wat ik merk is dat wanneer de relatie met je kind niet goed is, je ook weinig medewerking van je kind kunt verwachten. Of het wordt gedaan vanuit een soort loyaliteitsgevoel om je niet in de steek te laten. Of het wordt niet gedaan, omdat er een innerlijke binding mist en vaak een gebrek aan wederzijds begrip. Daarom, het is niet erg als je kind ‘een stukje’ meedraagt, zolang je het maar ziet, begrijpt, en begrenst. Je blijft immers zelf de ouder van jouw eigen gezin.

In therapie

Terwijl ik dit schrijf, bedenk ik dat ik in therapie eigenlijk ook een stukje verlengde draagkracht ben. Ik merk het als ouders de adviezen en gesprekken waarderen en weer opgelucht naar huis gaan. En dat ze door even op mij te leunen, weer draagkracht krijgen om het zelf te doen. Dat vind ik mooi, het ontroert me ook als ik het merk. Dank voor het vertrouwen, om even met jullie mee te mogen dragen.

Comments are closed.